Bladschikken voor gevorderden met de gulden snede

De gulden snede staat al eeuwen bekend als de perfecte esthetische verhouding. Er zijn heel wat gebouwen die volgens deze perfecte ratio gebouwd zijn. De Taj Mahal, het Parthenon, de Notre Dame in Parijs, overal zie je de gulden snede terugkomen. Maar wat wonderlijk is, is dat deze gulden snede ook in de natuur terugkomt. Bij veel planten en bloemen zijn de blaadjes geschikt volgens de gulden hoek, wat het equivalent is voor de gulden snede bij hoeken.

1-NGNon6GsqrUSrzMsF9vrEw

Mijn trans-Alpijnse zus heeft zonet een boek gelezen over de gulden snede: ‘La sezione aurea’. In het Italiaans klinkt dat zoveel mooier dan in het Nederlands, waar ‘gulden’ klinkt alsof het gaat om iets dat wat verguld is en kitsch, en snede is iets wat wij hier vooral associëren met een snee brood of het sneetje kaas dat we erop leggen. Een kitcherige boterham. Weg mystiek.

De gulden snede is de verhouding van twee lijnstukken waarbij het grootste zich verhoudt tot het kleinste, zoals de som van beiden zich verhouden tot het grootste lijnstuk.
Golden-Ratio-color-1024x439-1.png

Hieruit volgt de volgende uitdrukking:
Beide leden vermenigvuldigen met geeft de volgende kwadratische vergelijking:

met als positieve oplossing:

Een benaderende waarde voor de gulden snede is dus 1,618.

Mijn zus was vooral verwonderd over het verband tussen de gulden snede en de fyllotaxis. Dat heb ik toch eens moeten opzoeken, en dat blijkt de schikking van de blaadjes te zijn. Bladschikking blijkt voor planten van primordiaal belang te zijn. De fotosynthese is een proces waarbij licht moet opgevangen worden om koolstofdioxide (ook wel gekend als C02) om te zetten in koolhydraten. Een plant heeft er dus alle belang bij om z’n blaadjes zo te schikken dat ze zoveel mogelijk licht opvangen, en dat met een zo gemakkelijk mogelijke opdracht. In de DNA zou ergens kunnen de volgende opdracht weggeschreven zijn: schik het volgende blaadje onder een hoek  van het vorige blaadje.

Wat zou die hoek kunnen zijn? Als we =180° nemen, zien we al snel dat dit helemaal geen goede keuze is, want het derde blad komt boven het eerste blad te liggen. Ook 120° is geen goed idee, want na drie blaadjes ligt het vierde knal op het eerste blaadje, wat uiteraard niet efficiënt is voor de fotosynthese van de plant. We merken dat alle getallen die een gemakkelijke breuk vormen (360°/180°=2 en  360°/120°=3) geen goede oplossing zijn voor de bladschikking. Bij uitbreiding zijn alle rationele getallen vroeg of laat overlappend met vorige geschikte blaadjes. We zoeken dus een getal dat zich zo irrationeel mogelijk gedraagt.

Misschien is een goede keuze? Nee, want 22/7=3,142.. is al een zeer dichte benadering. Dat wil zeggen dat al veel te dicht aan het flirten is met de rationele getallen om bruikbaar te zijn voor een nuttige bladschikking. Dit kan men goed zien als we de enkelvoudige kettingbreuk van uitzetten:
Als we de kettingbreuk afbreken bij 7 dan krijgen we de verhouding 22/7. Hele grote getallen zorgen in een kettingbreuk voor een goede benadering met rationele getallen. Zo is 355/113=3.14159292… een zeer goede benadering voor . Dit komt omdat het volgende getal in de kettingbreuk een heel groot getal is: 292.

Als grote getallen in een kettingbreuk leiden tot getallen die zich gemakkelijk laten benaderen door een rationeel getal, kunnen we dus ook omgekeerd zeggen dat een kettingbreuk met kleine getallen zal leiden tot een zeer irrationeel getal. En het meest irrationele getal dat we kunnen bekomen is een kettingbreuk met alleen maar eentjes:

Het zal je niet verwonderen dat deze uitdrukking in deze tekst die handelt over de gulden snede effectief perfect gelijk is aan de gulden snede:

Terug naar de plant met de DNA opdracht: schik de blaadjes volgens de gulden hoek. De gulden hoek wordt uitgedrukt als:

Dat is de kleinste hoek van twee hoeken die een volledige cirkel verdelen in twee hoeken volgens de gulden snede: 137,5°+ 222,5°=360° en 222,5/137.5=1,1618…

Hieronder zie je de eerste 5 blaadjes van een plant geschikt volgens de gulden snede, de blaadjes bevinden zich telkens een hoek 137,5° verder van elkaar. Of 222,5° in tegenwijzerzin.

Leaf-Growth-5.png

Zo gaat het door en door en we verkrijgen telkens een zo minimale overlap met de vorige blaadjes.

Leaf-Growth-13.png

Ook bij de schikking van de zaadjes in een zonnebloem gebeurt iets gelijkaardig. De zaadjes zijn allemaal geschikt volgens de gulden hoek. Dit levert immers de meeste zaadjes op een zo klein mogelijke oppervlak op. Hieronder kan je zien dat een kleine variatie van de hoek al een veel minder gunstige schikking oplevert van de zaadjes.Sunflower-seed-golden-angle-diagram.001.pnglabimg_870_Sunflower

Als je je nu de bedenking maakt: amai hoe kan dat? Dan moet je maar denken aan het feit dat alle minder gunstige variaties in de natuur met minder gunstige hoeken het niet hebben overleefd ten opzichte van de planten met een gunstigere schikking. Wat we in de natuur vinden is het product van een proces van miljoenen jaren variatie, overerving en selectie. (lees ook: Hoe intelligent is de hemelse horlogemaker?) Je zou het sommige mensen niet aangeven, maar ook die zijn het product van miljoenen jaren van finetuning.

Oh ja en dan hebben we ook nog de wonderbaarlijke Fibonacci getallen: 1,1,2,3,5,8,13,… waarvoor geldt dat het volgende getal telkens de som is van de twee vorige getallen. Er zijn in de natuur ook veel Fibonacci getallen te vinden… Mysterieus van de natuur? Helemaal niet want laten we eens de gulden snede benaderen door de kettingbreuk af te breken dan krijgen we volgende benaderingen:

Twee opeenvolgende Fibonacci getallen blijken dus een steeds betere benadering van de gulden snede te zijn naarmate we verder gaan in de Fibonacci rij:

De natuur vond immers ook dat, als we dan toch getallen of een verhouding gebruiken in het bladschikken of het zaadschikken,  we maar beter Fibonacci getallen kunnen gebruiken.

Je hoeft trouwens niet  met de eerste Fibonacci getallen 1 en 1 te starten om uit te komen op de gulden snede. Neem eender welke twee getallen en tel ze samen en maak dan telkens de som van de laatste twee getallen en je komt sowieso altijd uit op de gulden snede. Als je pakweg 37 en 11 neemt zal dit ook een reeks vormen waarvan de verhoudingen op de limiet de gulden snede zijn. Ik heb het niet nagegaan, maar het moet wel gewoon altijd lukken. Dat is niet echt een straf wiskundig bewijs, maar dat laat ik over aan anderen.

Nu ik erover nadenk. Net omdat de gulden snede het meest irrationele getal is dat we kunnen bedenken zal het waarschijnlijk totaal geen streling voor het oor zijn als we twee klanken zouden laten samenklinken waarvan de verhouding van de frequenties gelijk is aan de gulden snede. Want enkel eenvoudige verhoudingen van gehele getallen zijn harmonische tweeklanken. (zie ook: Alle piano’s zijn een beetje vals). Dat is toch wat anders dan je zou verwachten van deze sectio divina, of goddelijke verhouding.

We kunnen besluiten dat de gulden snede hoogstwaarschijnlijk leidt tot het meest irritante, dissonante en valse interval in de hele muziekwereld. Geen idee of dat ook in het boek van mijn zus stond. Ik hoor het wel binnenkort!

Zorgvuldig in het lente-zonlicht geschikte groeten,

T.E.

De geheimen van grootvaders rekenlat

Om te rekenen hebben we tegenwoordig rekenmachines en smartphones ter beschikking, maar er is een tijd geweest, nog niet eens zo lang geleden, dat alle bewerkingen met getallen manueel moesten gebeuren. Met pen, papier en veel monnikengeduld geraak je wel ergens, maar in grootvaders tijd hadden ze als hulpmiddel een rekenlat. Ik vroeg me al lang af hoe zo’n ding werkt, en ik heb me er één aangeschaft, ter ontsluiering van z’n geheimen.

20190228_215417

Iedereen heeft wel eens twee kinderen horen bekvechten, waarbij de ene beweert wel duizend knikkers te hebben en waarbij de andere met hoongelach de andere duidelijk maakt dat hij er nog veel meer heeft: wel honderd! Waarbij knikkers inwisselbaar zijn in om het even wat, naargelang het onderwerp van de discussie. Het door elkaar haspelen van grootte-ordes is nu eenmaal hilarisch. Reeds in de lagere school leren we hoeveel nulletjes we moeten bijvoegen om een getal te vermenigvuldigen met honderd of duizend. Mijn dochter geeft me zonder verpinken de antwoorden: om met tien, honderd of duizend te vermenigvuldigen moet je respectievelijk één, twee en drie nulletjes toevoegen aan het getal. Zeer interessant want het vermenigvuldigen met veelvouden van 10 is dus in feite equivalent aan het optellen van nulletjes. We hebben dus van een vermenigvuldiging een optelling gemaakt…

Ik ben me er ter dege van bewust dat het optellen van nulletjes om tienduizend met pakweg een miljoen te vermenigvuldigen niet echt rocket science is, maar de dualiteit tussen optellen en vermenigvuldigen is het principe dat aan de basis ligt van de werking van een rekenlat. Er moet enkel nog een abstractiesausje over en het geheel moet nog wat gekruid worden met een ‘moeilijk woord’, maar het concept zal blijven dat we grootte-ordes van getallen optellen om ze te vermenigvuldigen. De bekvechtende kinderen van daarnet hadden het over grootte-ordes van tien. Honderd. Duizend. Miljoen. Miljard. En ga maar door… Het is duidelijk dat tien een centrale rol speelt in dit geval. De grootte orde van tienduizend is 4 en de grootte orde van een miljoen is 6. Het vermenigvuldigen van tienduizend en een miljoen is dus equivalent aan het optellen van de grootte ordes: 4+6=10.

Het abstractiesausje zullen we opdienen in twee gangen samen met twee vragen. De eerste vraag is: heeft elk getal een grootte orde? Affirmatief! Zoals je 10 kunt verheffen tot de 2de macht om 100 te bekomen, kan je perfect 10 verheffen tot de macht 2,5. Verheffen betekent letterlijk ‘naar een hoger niveau brengen’. Het antwoord op 10 tot de macht 2,5 is trouwens 316,227766… Het gaat alleszins serieus hard als we beginnen met verheffen, 10 tot de macht 80 is een schatting van het totaal aantal atomen in het heelal. We kunnen dus redelijk wat omspannen met 80 grootte-ordes van 10. Het aantal atomen in een mol: grootte-orde 23 (zie ook het stukje: Over een lepeltje, oceanen en moleculen). ‘Googol’ is de aanduiding voor de 100ste macht van 10, daar komt trouwens de naam Google vandaan.

Een ‘googolplex’ is 10 tot de macht googol, en we blijven ons wiskundehartje verheffen want een ‘googolplexian’ is dan weer 10 tot de macht googolplex. Letterlijk niet te bevatten want er zijn niet genoeg atomen in het heelal om te voorzien in alle nullen en ik kan dan ook met recht en rede zeggen dat dit ons veel te ver leidt. Als je nog harder wil gaan dan het machtsverheffen, moet je zeker eens zoeken (Googelen bijvoorbeeld) naar het ‘getal van Graham’.

De tweede vraag is: kan een ander getal dan 10 gebruikt worden als het grondtal voor de grootte-orde? En ook hier is het antwoord eveneens positief. Natuurlijk kan je dat. Het binair talstelsel is een mooi voorbeeld, waarbij het grondtal 2 is. (zie ook: Schaakmat voor koning Shirham) Maar waarom het gemakkelijk maken als het ook moeilijk kan? Waarom nemen we niet gewoon het grondtal e? (zie ook: Dromen over het getal e) Hiermee kunnen we zeer goed continue groei wiskundig omschrijven. En in de natuur zijn er nogal wat zaken die volgens dat principe werken, ik denk maar aan de afname van radioactiviteit. Als we e nemen als grondtal dan zal de x-de macht van e de continue 100%-groei weergeven in een tijdspanne x. Maar zoals we alle getallen kunnen uitdrukken als machten van 10 of 2, kunnen we evengoed alle getallen uitdrukken als een macht van e. Uiteraard mag dit niemand ervan weerhouden om nog een ander grondtal te nemen, gewoon om tegen tjok te zijn. (zie ook: De ontplooiing van het verhaal van ‘tegen tjok’ rolmodel Britney Gallivan).

Na deze flexibiliteit naar grootte-orde en naar grondtal, is het dringend tijd voor het kruiden van het geheel met een moeilijk woorden. We hebben steeds gesproken over de grootte-orde van een getal op basis van een grondtal. Zo is de grootte-orde van 1000 op basis van grondtal 10 gelijk aan 3. En is de grootte-orde van 16 op basis van grondtal 2 gelijk aan 4. Vanaf nu gaan we grootte-orde vervangen door ‘logaritme’. Laten we nu bovenstaande voorbeelden nemen dan zeggen we dat de logaritme met grondtal 10 van 1000 gelijk is aan 3. Notatie:

en de logaritme met grondtal 2 van 16 gelijk is aan 4. Notatie:

Meer algemeen geldt de volgende definitie:

Wanneer we als grondtal e nemen, wordt de uitdrukking y=ln(x) gebruikt. ‘ln’ staat voor logarithmus naturalis.

We hadden ontdekt dat we grootte-ordes van getallen kunnen optellen als equivalent om te vermenigvuldigen. Dat wordt met logaritmes als volgt uitgedrukt:

Het is een algemene uitdrukking van het voorbeeld dat we reeds aanhaalden:

OK. So far so good. Logaritmes zijn dus een ander woord voor grootte-orde, maar wanneer gaan we nu beginnen schuiven met de rekenlat? Wat gebeurt er eigenlijk wanneer we schuiven met een gewone lat? Zoals hieronder afgebeeld kan je door te schuiven met een normale lat een optelling uitvoeren. Hieronder zie een optelling 6+4, je legt de nul-waarde van de tweede lat bij zes, en bij het getal 4 kunnen we aflezen dat de som van 6+4 gelijk is aan tien.

20190228_215126.jpg

Nu komt de aap uit de mouw! In plaats van een gewone schaal op een lat nemen we een logaritmische schaal, waarbij gelijke afstanden overeenkomen met gelijke verhoudingen. Nu zal er waarschijnlijk ergens een belletje rinkelen of zelfs een halve beiaard want dat is ook hoe de frequenties achter de toetsen van de piano werken (Alle piano’s zijn een beetje vals) en ook hoe de versnellingen op een fiets werken (De derailleur dirigeert de dans van tandwielen en trapcadans). Je zou je a fortiori kunnen afvragen of er meer is in het leven dan logaritmes…

Hieronder, op een echte rekenlat, zie je dat alle getallen die zich verhouden met een zelfde factor even ver van mekaar staan. De getallen 2, 4 en 8 liggen op zelfde tussenafstand. Alsook de getallen 1, 3 en 9. Door op de ene lat 1 (dat is voor alle getallen grootte-orde 0) gelijk te leggen met een getal op de andere lat (hier 2), vind je voor alle getallen de vermenigvuldiging met 2. In het voorbeeld hieronder wordt 2 vermenigvuldigd met 3, en wonder boven wonder dat is 6!

sliderule

Een vermenigvuldiging:

wordt dus hocus pocus op een rekenlat een optelling:

Uiteraard kan je nog veel meer met een rekenlat, maar het basis-principe zijn de logaritmische schalen die er voor zorgen dat er zich bij elke schuifbeweging een vermenigvuldiging voltrekt. En zo hebben onze grootvaders zich uren over hun rekenlat gebogen om te rekenen, of dat hebben ze ons tenminste wijsgemaakt…

Googolplexian groeten,

T.E.

 

 

miss slide rule

Fake nieuws uit het 16de eeuwse Brugge

Het was in 1561 niet de eerste en zeker niet de laatste keer dat het Brugs stadsbestuur met de handen in het haar zat om de vlotte bereikbaarheid van Brugge vanuit de Noordzee voor handelaars te promoten en gaf cartograaf Marcus Gerards de opdracht om een klein wandelingetje te maken met de waarheid. Hij kweet zich van z’n plichten jegens het stadsbestuur en tekende de kaart zo dat de Dampoort dichter van Sluis lag dan van de Grote Markt. In werkelijkheid ligt Sluis een flinke 15 km van Brugge…

old_map_of_bruges_by_marcus_gheeraerts_de_oude_in_1562_01

Ooit moet Brugge een perfecte ligging gehad hebben en perfect bereikbaar geweest zijn voor boten via de Noordzee. Maar de Noordzee is grillig en hervormde veel keren het landschap tussen Brugge en de Noordzee, zodat het voor de Bruggelingen een continue opdracht was om de ontsluiting via de Noordzee te verzekeren. Vele slimme ideeën verzandden letterlijk en omstreeks 1561 was de grootste bloeiperiode van Brugge al een tijdje voorbij ten voordele van Antwerpen en het stadsbestuur had er dus alle belang mee om de overzeese handelaren te overtuigen dat de toegang naar Brugge een ‘piece of cake’ was. Een nieuwe vaart, de Verse Vaart, was gegraven om de toegang tot de zee te verwezelijken en zo Damme en Sluis, en de bijhorende doorvoertaksen, te bypassen. In de opdracht stond letterlijk: ‘ten fine dat men mercken mach de goede navigatie’.

Heeft Marcus Gerard zich zonder verpinken voor de kar van het stadsbestuur laten spannen om deze kaart in verre mate te vervormen? Het lijkt dat z’n beroepseer hem toch noopte om deze cartografische dichterlijke vrijheid in kleine lettertjes te verantwoorden op een cartouche op het plan waarop hij aangeeft dat alles links van een stippellijn (waar de steden Damme en Sluis liggen) ‘vaag en ongedefinieerd’ zijn. De handelaars zullen zich wel een hoedje hebben geschrokken wanneer ze dachten dat ze in Sluis op een kleine boogscheut van Brugge waren. Marcus Gerard had ook gevoel voor humor want op de plattegrond tekende hij naast vele karren en paarden ook een plassende vrouw. Het is een beetje z’n handtekening geworden want ook op andere gravures laat hij een ‘pissende vrouken‘ de revue passeren.

Maar het prachtige stadsplan bracht niet veel zoden aan de dijk en Brugge bleef geplaagd door een slechte bereikbaarheid en de goede ontsluiting via de Noordzee bleef een pijnpunt. Tot het besef kwam dat als de zee niet naar Brugge wil komen, Brugge naar de zee moet gaan en de haven van Zeebrugge werd uitgebouwd. Het Zeebrugge waar onlangs, in de huidige 21ste eeuw, de heer Elon Musk van de firma Tesla z’n elektrische auto’s kwam gadeslagen die daar klaarstaan om verspreid te worden over het Europese achterland. Dan toch goed gedaan van Marcus Gerards, of zou Elon Musk ondertussen andere kaarten hebben? Ik hoop het van wel want anders zouden z’n zelfrijdende auto’s toch wat moeite hebben om Damme of Sluis te vinden.

Vele geheel van fake-nieuws gespeende groeten,

T.E.

P.S. Uiteraard wil ik je de ‘tag’ van Marcus Gerards niet onthouden. Ergens op de plattegrond is onderstaande dame te vinden.

plassend-vrouwtje-small

“Papa, hoe is alles begonnen?”

‘Papa, hoe is alles begonnen?’, het is een existentiële vraag die elke vader wellicht vroeg of laat voorgeschoteld krijgt. Ik was alvast blij dat ik kon uitpakken met de oerknal. Dat ze ontdekt hebben dat alles in het heelal van mekaar wegvliegt, en dat die ontdekking was gebeurd door een slimme priester-astronoom uit België, Georges Lemaître! Het laat zich al raden dat dit gegeven uiteraard nieuwe vragen liet onspruiten aan het jonge brein van mijn dochter…

elisabeth

‘Ja maar papa, wat is er dan vóór de oerknal geweest is?’, was de zeer terechte vraag die zich vervolgens ontpopte. En dat is wel wat andere koek natuurlijk… ‘Dat is een beetje een bizarre vraag’, zei ik met een groeiend besef van het non-antwoord dat ik aan het formuleren was,  ‘want men denkt dat de tijd is gestart met de oerknal. Je kan net zo goed aan iemand vragen  hoeveel kilogram z’n lengte is, of hoeveel centimeter hij weegt. Het zijn even onzinnige vragen’. Volgende vraag dan: ‘… en waar is die oerknal dan begonnen?’ ‘Ook dat, mijn lieve dochter, is een onzinnige vraag, want ook de ruimte is begonnen bij de oerknal. De oerknal is overal.’ Het logische gevolg: ‘Ja zeg, papa, jij weet eigenlijk ook niets’.

Niets. Dat is wellicht een goede benaderende samenvatting van de wereldwijde kennis over het hoe en waarom van de oorsprong van alles. Zijn we ergens in een continue lus terechtgekomen van uitdijing naar krimp en om dan samen te knallen tot een volgende oerknal? Zijn we de vierdimensionele schaduw van een multidimensionaal universum? Is het universum slechts een luttel onderdeel uit een veel groter multiversum? Of is er simpelweg ergens een perfect logische uitleg waar nog niemand aan gedacht heeft?

Niets. De laatste woorden van mijn dochter echoden tussen mijn oren. In den beginne was er niets. En ik betrap mezelf er dan altijd op dat ik me dan een volledig lege ruimte voorstel, met uiteraard niets. Maar dat is natuurlijk een aanfluiting van het echte niets, want de aanwezigheid van die ruimtetijd is al totaal tegenovergesteld aan ‘niets’. Dus we moeten ons proberen ‘niets’ voor te stellen in afwezigheid van tijd en ruimte. Bijziend met onze 4-dimensionale paardenbril, met bovendien het besef dat massa en energie uitwisselbare begrippen zijn en dat de ruimtetijd helemaal geen vast gegeven is, ontbreekt het ons misschien nog meer aan fantasie en voorstellingsvermogen dan aan intelligentie en doorzettingsvermogen om een clou te kunnen vatten van wat er allemaal mogelijk is. Is het een infantiele extrapolatie van onze aardse waarnemingen te veronderstellen dat alles een oorzaak nodig heeft?

Hoe is alles begonnen? Ja dat mag je inderdaad wel vragen aan je vader vind ik. Het zou een tikkeltje onverantwoord zijn om iemand hier op aarde te droppen zonder dat je eigenlijk een zinnige uitleg achter de hand hebt over het hoe en waarom van ons bestaan. Het is net alsof je iemand van een ver continent zou doen overkomen en hem dan het antwoord verschuldigd blijft over het waarom.

Nochtans… we wisten blijkbaar dat die vraag zou komen. Ik neem haar geboortekaartje bij de hand en herlees het laatste deel van het rijmpje nog eens :

Wie ben ik, zal zij vragen
En waar kom ik vandaan
Waarom korten dagen
En hoever is de maan

Hoe ben ik ontstaan
Wie heeft mij verzonnen
Hoe is het gegaan
Hoe ben ik begonnen

En wij zullen antwoorden
Met liefde
Met heel veel liefde

En toen wist ik het weer allemaal.

Met immer uitdijende liefdevolle groeten,

T.E.

 

kaartje-achterkant

 

 

 

 

 

Maansverduistering

Het resultaat van een amateurfotograaf… Hoe dan ook wonderlijk mooi! Gelukkig heb ik deze live gezien, want de volgende is pas over tien jaar!

_mg_0901

Ik vraag me trouwens af hoe de mensen van ‘The Flat Earth Society‘ onderstaande foto verklaren… hierop is duidelijk de schaduw van de ronde vorm van onze eigen aarde te zien.

_mg_0918

O ja ik weet het al… een schijf is ook een ronde vorm en dus geeft die ook een rondvormige schaduw?  Ze weten wellicht op alles een goed antwoord…

Merkwaardige ijsvormen ontdekt in de tuin van buurvrouw Micheline (het moet niet altijd Mars zijn)

Ik werd vandaag tegengehouden op straat door buurvrouw Micheline van even verderop in de straat. Ze had een onverklaarbare ijsvorming ontdekt in het waterschoteltje voor de vogeltjes. En inderdaad… een holle pijp staat op het ijs naar boven gericht van wat een spiegelgladde bevroren plasje had moeten zijn. Ze vroeg of ik er een verklaring voor had. Ik moest het antwoord schuldig blijven, maar ik heb gezegd dat ik het eens ging rondvragen. Hieronder de foto’s van het merkwaardige fenomeen. Wie heeft hier een verklaring voor? Foto’s zijn hieronder te vinden.

Moeten we het zoeken in de richting van het uitzetten van het ijs ten opzichte van het water in combinatie met een lichte golving door de wind? Laat maar weten hoe we dit zouden kunnen verklaren.

Merkwaardige groeten, en tevens ook groeten van mijn buurvrouw,

T.E.

20190119_143440.jpg

20190119_143407.jpg

20190119_143647.jpg

Aanvulling:

Ondertussen is het fenomeen uitgeklaard, we hebben hier te maken met een ‘ice spike’ het komt zeldzaam voor, maar het fenomeen is wel beschreven. Wikipedia heeft er een lemma aan gewijd: https://en.wikipedia.org/wiki/Ice_spike.

Leer het theorema van Bayes. It won’t kill you. Integendeel.

Komt een man bij de dokter… zo beginnen wel meer verhaaltjes. En zo begint ook het verhaal waarmee we de deur van de Bayesiaanse wereld op een kiertje willen zetten om het licht van het theorema te laten schijnen op ons denken. Een verhaal over hoe we onze beslissingen moeten bijsturen, en onze kansen kunnen updaten wanneer er nieuwe feiten bekend zijn.

bayes t-shirt

Komt een man bij de dokter en krijgt te horen dat hij lijdt aan een gevaarlijke ziekte waarbij hij binnen de dag zal sterven. De man is uiteraard nogal verbouwereerd en vraagt aan de dokter of hij het echt zeker is. De dokter leest nog eens de bijsluiter van de test: “… bij personen die de ziekte hebben, reageert de test in gemiddeld 99% van de gevallen op de ziekte door een positieve uitslag; bij personen die de ziekte niet hebben, is de kans 2% dat de test (ten onrechte) een positieve uitslag heeft…” ’s Mans moed is helemaal in ’s mans schoenen gezakt bij het horen van deze onheilspellende percentages. Hij is ervan overtuigd dat z’n laatste uren geslagen zijn.

Gelukkig bestaat er een medicijn dat de ziekte kan genezen. Het medicijn heeft echter het nadeel dat het perfect doeltreffend is wanneer de ziekte aanwezig is, maar bij afwezigheid van de ziekte is het medicijn instant dodelijk. Dat zijn zo van die medicijnen die je dus beter uit het bereik van kinderen houdt. Doet de arme man er goed aan van zo snel mogelijk het medicijn te nemen, zodat de ziekte niet kan leiden tot z’n veel te vroege dood? Hij doet er alleszins goed aan van zich in z’n vermeende laatste levensuren te verdiepen in wat basistheorie over kansrekening, voorwaardelijke kans en het theorema van Bayes.

De kans op iets is altijd kleiner dan 1. Het is de verhouding tussen het aantal keren dat iets gebeurt en het totaal aantal gebeurtenissen. Als er wordt gezegd dat er 50% kans is op kop bij het opwerpen van een munt, dan is de kans op kop 0,5. Het is maar een aanname, maar in de statistiek wordt dat als volgt genoteerd:

De kansen die de dokter opgeeft, zijn allebei voorwaardelijke kansen. Dat is een kans dat iets gebeurt gegeven een andere gebeurtenis. De kans op een positief testresultaat, gegeven dat je ziek bent is 0,99. Dit wil zeggen dat bij 100 mensen die ziek zijn er 99 positief zullen tekenen.

De man in kwestie is in feite vooral geïnteresseerd in de kans dat hij ziek is, gegeven dat er een positieve test is. En hier komt de formule van Bayes op de proppen, die het verband geeft tussen de voorwaardelijke kansen P(ZIEK|POS) en P(POS|ZIEK):

De dominee Thomas Bayes vond dit zelfs iets te triviaal om er over te publiceren, en pas na z’n dood is z’n naam verbonden geraakt aan deze stelling.

Hoera, riep de man, dat is wat ik wil weten. De noemer van de breuk geeft de algemene kans op een positieve test, dus ongeacht of die persoon ziek is of gezond. In statistiek betekent dit het optellen van kansen.

Alles op een rijtje en dan vlug uitrekenen, denk de man, want hij voelt zich al wat zwakjes worden… maar hij ontdekt dat er nog één cruciaal gegeven ontbreekt en dat is de kans P(ZIEK), de kans dat je hebt om de ziekte op te lopen. Hij belt naar de dokter en vraagt hoe zeldzaam de ziekte is en de dokter antwoordt hem dat die kans 1 op 1000 is.

Laten we even alle gegevens op een rijtje zetten:

Hierdoor kunnen we afleiden dat:

De info op de bijsluiter kunnen we als volgt noteren:

Nu vullen we in onderstaande uitdrukking de waarden in:

Alles ingevuld komt de man tot de volgende constatatie:

Dat wil zeggen dat hij slechts een kleine 5% kans heeft dat hij effectief de ziekte heeft. Hij slaakt een zucht van opluchting en bedankt vriendelijk voor het medicijn, want de kans is nog altijd veel groter dat hij die ziekte niet heeft dan dat hij de ziekte wel heeft. In onderstaande tabel is bovenstaand voorbeeld uitgewerkt voor een bevolking van 1 miljoen mensen. Daarvan zullen 1000 mensen ziek zijn. Bij 990 zal dit een gedetecteerd worden door een positieve test. De 2% mensen die onterecht positief testen zijn echter een veelvoud van de 990 waarbij de ziekte gedetecteerd wordt. Hierdoor is het gemakkelijker te begrijpen dat de kans op ziekte gegeven een positieve test ongeveer gelijk is aan 5%.

screenshot 2019-01-18 at 20.21.37

Dit voelt uiteraard wat contra-intuïtief aan en dat is juist waarom het theorema van Bayes zo belangrijk is. Het toepassen wrikt je los van je intuïtie, die je in sommige gevallen helemaal de mist instuurt. Het theorema zorgt voor een update van je kansen. De oorspronkelijke kans, ook wel de a-priori-kans genoemd is hier de kans op het optreden van de ziekte wat hier 1 op 1000 is. De kennis die toegevoegd is aan het systeem is hier het positieve testresultaat, en die zorgt voor een a-posteriori-kans van 1 op 20. We kunnen dus stellen dat de kans 50 keer groter geworden is door het positieve testresultaat.

Maar het impact van het theorema gaat veel ruimer, want je kunt je wel voorstellen dat de man met welbepaalde klachten naar de dokter is gegaan, en dat de dokter bovendien na z’n onderzoek ook weer wat feiten heeft verzameld. Als de man duidelijke uitwendige tekenen vertoont van de aanwezigheid van de ziekte zal dit feit uiteraard samen met de test moeten geëvalueerd worden. En daar is waar het schoentje knelt tussen de voor- en tegenstanders van deze Bayesiaanse statistiek, want er moeten inschattingen gemaakt worden en gebruik gemaakt worden van de kennis die je al hebt, en dat subjectieve gegeven is iets waar sommigen een koudwatervrees voor hebben.

Een logische volgende stap zou zijn om een tweede test te doen. En dan zal de man opnieuw z’n kansen kunnen updaten. Dan is de a-priori-kans de kans op de ziekte gegeven 1 positieve test (1/20) en is de a-posteriori-test de kans op de ziekte gegeven 2 positieve testen. Opnieuw Bayes toepassen en je mening durven te veranderen als de feiten veranderen.

Nu ben je gewapend voor het driedeurenprobleem. Je bent gast in een grote televisieshow en er zijn 3 glimmende deuren. Achter één zit een auto en achter twee andere deuren zit een geit. De presentator vraagt je om een deur te kiezen. Nadat je een deur hebt gekozen opent de presentator een deur waarachter een geit zit. Bayes zal je vertellen dat je altijd meer kans hebt om te veranderen van deur nadat de presentator de geit heeft getoond, de complete uitleg vind je op op wikipedia.

Dat was een korte maar boeiende omweg langs de wondere wereld van de statistiek en de kansrekening…

Bayesiaanse groeten,

T.E.

Hoe intelligent is de hemelse horlogemaker?

Ik verwonder me er ook soms over. De complexiteit van de natuur. Bijvoorbeeld de werking van een oog. Dat zit toch ongelofelijk goed in elkaar? Er zijn nogal wat mensen die de analogie maken met een horloge, omdat het zo complex ontworpen lijkt. Een horloge is gemaakt door een horlogemaker… het lijkt wel alsof er een ‘ogenmaker’ aan de slag is geweest om het oog te ontwerpen. Wie weet. Onlangs las ik een andere vergelijking: de natuur als een domme schaakspeler… 

oog Elisabeth

Stel dat je eigenlijk helemaal geen schaker bent. Je weet wel dat je pionnetjes kan verzetten maar voor de rest weet je amper wat je met paarden, torens en lopers kan doen. Het is belangrijk in dit gedachtenexperiment dat je er tijdens een schaakpartijtje echt niets van bakt en dat je zelfs niet weet hoe je de stukken mag verzetten.

Goed, stel je nu voor dat je mag schaken op een heel speciale manier, namelijk dat je miljarden zetten mag proberen en dat alleen maar de beste zet onthouden wordt. Uiteraard heb je heel veel zetten gedaan die je niet mag zetten en miljoenen zetten gedaan die dom zijn, maar ergens heb je toevallig die ene slimme zet gedaan. Door stom toeval.

Bij de volgende zet mag je opnieuw zoveel proberen als je maar wil. Miljarden zetten mag je doen, zo je wil. En ja hoor, één zet zal een werkelijk slimme zet zijn. Ook al besef je uiteraard niet waarom en weet je zelfs amper dat je aan het schaken bent. Die ene zet is een uitermate uitgekiende en briljante zet.

Zo gaat het door en door en ook al snap je er minder en minder van, je hebt zeeën van tijd en je mag telkens weer miljard keren opnieuw proberen. Time is on your side en telkens opnieuw krijg je quasi oneindig veel kansen om de volgende briljante zet uit je mouw te schudden.

Als we nu het schaakspel zet voor zet zouden tonen aan een grootmeester in het schaken, dan zou die verbaasd zijn en er werkelijk van overtuigd zijn dat de tegenspeler een werkelijk zeer hoogbegaafd genie is in het schaken. Zoals een ‘horlogemaker’ of een ‘ogenmaker’, de grootmeester zou z’n meerdere in de onbekende tegenspeler moeten erkennen.

Uiteraard ben jij de natuur in dit verhaal, en alle slechte zetten zijn alle mutaties, alle probeersels, alle variaties die tot niets hebben geleid. Ze zijn verdwenen in de dikke mist van de tijd en hebben geen nageslacht. En die slimme zetten die je heel af toe hebt gezet, die zijn gebleven. Kijk maar in de spiegel.

Ogenschijnlijk intelligente groeten,

T.E.

 

Een koperen bol om de treinen stipter te laten rijden

Soms zie je toeristen naar boven kijken op plaatsen waar je altijd gewoon passeert en meestal zal het je worst wezen waar ze naar staan te kijken, maar deze keer volgde ik hun blikken en zag bovenop het gebouw ‘Bouchoute’ op de Grote Markt van Brugge een koperen bol staan. Blijkbaar had een astronoom, Alphonse Quetelet, deze bol daar laten plaatsen. De bedoeling was de treinen stipter te laten rijden.

20180909_161540

De stiptheid is blijkbaar al van sinds het prille begin van het treinreizen een heuse bekommernis die zwaar genoeg woog om er een astronoom voor in te schakelen. In die tijd liepen de lokale tijdsbepalingen nogal uiteen, want alle steden en dorpen bepaalden zelfstandig was de juiste tijd was. Blijkbaar was dit geen exacte wetenschap want de lokale tijd kon soms tot een klein halfuur verschillen… en dat leidde tot problematische dienstregelingen.

Stel je een trein voor die vijf na tien vertrekt en vijf voor tien toekomt in het volgende dorp, dat is natuurlijk niet echt een handige situatie. Daarom moest de tijd overal waar er belangrijke stations waren zo nauwkeurig mogelijk bepaald worden. En dat deed men aan de hand van een soort zonnewijzer, want de koperen bol wierp een schaduw op de Grote Markt en wanneer het middag was passeerde die schaduw voorbij een lijn, de meridiaan.

De toeristen waren net als een zonnebloemveld waarbij elke bloem reikhalzend zoveel mogelijk zonnelicht en -warmte wil ontvangen. Maar toen leek het alsof de duisternis in enkele luttele seconden was nedergedaald en Helios z’n zonnewagen plots short-cut-gewijs de dieperik instuurde want plots richtte het zonnebloemveld der toeristen hun blik naar beneden. En toen zag ik het ook.

20180909_161548

Als een soort knopenrij waarmee de markt z’n kasseimantel dicht houdt om zich te beschermen tegen de scherpe stalen wielen van de koetsen en de onbeschaamde blikken van de vele passanten zijn in een min of meer mooie rechte rij een grote hoeveelheid koperen nagels geplaatst. Dit is de meridiaan! Wanneer de schaduw van de koperen bol precies op deze lijn lag, zette iedereen z’n klok gelijk op stipt twaalf uur. Toen maakte men zich nog geen zorgen over zomer- en winteruur…

De machinist met de klok diende zich dan enkel nog te elfder ure te spoeden naar het station dat zich een Steenstraat verder bevond op ’t Zand. Het allereerste stationsgebouw die daar gebouwd is 1844 zal je daar in de verste verte niet meer vinden, maar wil je het toch eens bezoeken dan kan dat simpel, want het eerste stationsgebouw van Brugge staat nu in Ronse.

“Toet zei de trein en de statie ging vooruit”, een zinsnede die ik dikwijls hoorde in mijn kindertijd blijkt nu toch enige waarheid te bevatten. Dat zal mijn pa graag horen.

Met stipte groeten,

T.E.

Brugge eerste station op zand

Het eerste station van Brugge op ’t zand…

1280px-Ronse_-_Station_1

…en toen Brugge het niet meer nodig had, werd het geadopteerd door Ronse.

Roodkapje in één zin… en daarna ook nog eens de volledige Lord of the Rings in één enkele zin!

Ik hoorde een tijdje geleden het spijtige nieuws dat latijn op z’n terugweg is in het onderwijs, wat me direct de inspiratie gaf om een lans te breken voor de volzin. In een eerste poging maak ik van roodkapje een volzin, om daarna zowaar het hele Lord of the Rings-verhaal in één zin te capteren! Let maar op…

roodkapje

Roodkapje

De wolf werd nooit meer weergezien, nadat hij in een waterput viel bij een poging om z’n dorst te lessen met een maag vol stenen, die daar op chirurgische wijze waren geplaatst door een jager ter vervanging van enerzijds roodkapje, die hem in het bos ontmoette en die haar met succes aanmoedigde dieper in het bos nog meer mooie bloemen te zoeken, zodat zij het juiste pad verliet, ofschoon haar moeder haar dit ten strengste had verboden, en anderzijds haar grootmoeder, die de wolf, verkeerdelijk vermoedend dat deze roodkapje was, nietsvermoedend binnenliet en zich daardoor korte tijd en een grote hap later in de maag terugvond van deze hongerige wolf, die verkleed als grootmoeder aan het wachten was op roodkapje, wiens omzwervingen door het bos uiteindelijk bij de woonst van grootmoeder eindigden, waar zijn grote ogen en grote oren haar bijna in verwarring brachten, waarna hij stellig duidelijk maakte dat de eveneens grote tanden hem in staat stelden haar te verslinden hoewel het voor iedereen bij het horen van dit grimmige avontuur altijd zeer onduidelijk is geweest wat nu juist het nut was van die grote tanden bij het in één hap verorberen van het arme meisje en haar grootmoeder, beiden begiftigd met een goedgelovigheid die maar ternauwernood een goede afloop kende.

Lord of the Rings

Na een lange omzwerving gaf het gezelschap uiteindelijk de ring terug.

Met klassieke groeten en slaapwel,

T.E.