20180822_215812

Het was ene mooie dag in Dranouter. Het jaarlijkse festival stond op stapel en het kraampje om vers fruit te verkopen stond mooi recht. De wei rook nog naar gras en de zon zong met rode gloed z’n zwanenzang over de dag. We zouden de inwendige mens gaan versterken in ’t Oud Kerverijtje, een restaurantje onder de kerktoren, toen een spellingfout ons trof als een bliksem bij helder weder. Op onze gereserveerde tafels lag een bierviltje waarop stond: ‘gereserveert’.

Ai, een pijnlijke misser bij het vervoegen van het werkwoord reserveren. Het zien van het verkeerde voltooid deelwoord bezorgt menig persoon een klein maar hevig kortsluitinkje in het hersengebied verantwoordelijk voor spelling. Bekomen van de eerste schok dacht ik: hoe erg is zo’n spellingfout nu eigenlijk? Het voornaamste doel van taal is communicatie, en dat was alvast goed gelukt. Iedereen begreep dat de tafel gereserveerd was.

Waarom ergeren we ons zo aan spellingfouten en in het bijzonder werkwoordsfouten? We zijn waarschijnlijk trots op onze taal, en wellicht ook trots op onze kennis om de werkwoorden correct te vervoegen. We verwachten van anderen dat ze zich voldoende ontwikkeld hebben en dat ze als bewijs dat ze enigszins beschaafd zijn hun werkwoorden kunnen vervoegen zoals het hoort. Als een soort label. Als een soort onderscheiding. Ruik ik hier een elitair parfum?

Het is goed mogelijk dat het geschreven is geweest door een anderstalig iemand, want Frankrijk is nooit ver weg daar in Heuvelland. En je mag zeggen wat je wil, maar als ik moet afgerekend worden op mijn spellingfouten in het Frans dan kunnen we wel heel snel overgaan tot een spreekwoordelijk bankroet. Voor iemand die de taal niet machtig zou zijn, vind ik het toch een zeer goede poging tot correct schrijven.

Of misschien was het iemand die nooit het schrijven van de taal helemaal machtig is geweest. Of gewoon de jonge zoon of dochter des huizes die met zekere trots de bierviltjes heeft beschreven in opdracht van. En misschien is het deel over het voltooid deelwoord nog niet helemaal voltooid op de respectievelijke school.

Wat ik bijna met zekerheid kan stellen is dat niemand met opzet het woord verkeerd heeft geschreven. Na deze overpeinzingen wist ik niet echt zeker welk doel mijn pijl der ergernis zou treffen. Het was fout. Inderdaad. En toen voelde ik ergens, uit een ander hersengebied dan het spellinggebied, de woorden ‘so what ?’ naar boven borrelen.

De spellingfout heeft geen lichamelijk leed veroorzaakt, heeft het milieu niet nodeloos bevuild, heeft geen impact op het broeikaseffect gehad, heeft geen honger of dorst in de hand gewerkt ergens in de wereld. Het heeft eigenlijk al bij al toch niet zo veel schade aangericht als je het zo bekijkt. Alleen dat klein kortsluitinkje dus ergens in de hersenen.

Het is toch merkwaardig dat een levend wezen als de mens, dat net bij de gratie van een opeenstapeling DNA-fouten zo ver is kunnen ontwikkelen, er toch zo’n allergie kan zijn over een fout. Zonder fouten stonden we hier niet. Zonder mutaties in onze DNA waren we nu nog eencelligen, als we het al zo ver hadden geschopt. Als we ons nu bijna op futiele wijze kunnen ergeren aan een spellingfout is dat dus dankzij miljarden jaren van miljarden fouten in onze ontwikkeling, wat ik dan weer zeer wonderlijk vind.

En toen werden de overigens zeer lekkere Vlaamse karbonaden opgedient… 😉

Hopelijk hou je hier een niet al te grote kortsluiting aan over…

Gaat het?

T.E.

Een gedachte over “Gereserveert

Plaats een reactie